Wolvenplein

Hier zaten ze te zitten. Werden bewaard

voor betere tijden. Huilden

naar de overkant: wolven in luchtkooien.

 

Ieder had zijn nummer, zijn hoofdkap –

besmetting ongewenst; celstof

was men, papierpulp in de handen

van de willekeur – later werd het

veiligheidsglas doorzichtig, naar buiten

kijken mocht, prikkeldraad was daar,

een voortvluchtige wolk, gekapte bomen

 

en in de hoek steeds een reiswekker –

met ratelend kunstgebit telde hij

de uren de misstappen de pakkansen.

 

Daar ligt hij te liggen: een wolf die omziet

niet in wrok maar met gestilde blik

met zachte tanden

wachtend op bevruchting


 

[leesbaar op gevel van voormalige Wolvenplein-gevangenis]