Peter Drehmanns
Recensies

Interview n.a.v. Erfsmet

Interview

Interview door Marco Kamphuis

Peter Drehmanns is de schrijver van de romans De blindganger en Gemaskerd land en de verhalenbundel Schaduwboksen. Avontuurlijk, zinnelijk, barok proza waarin er aan ironie geen gebrek is. Onlangs verscheen Erfsmet. Een roman met twee hoofdpersonen; één ervan is de schrijver Peter Drehmanns. ‘Ik geloof niet in de autobiografie.’

Peter Drehmanns (1960) geeft een rondleiding door zijn Utrechtse woning. Een harmonieus interieur waarin veel hout is verwerkt, stijlvolle oude meubelen, kunst aan de muur, een trotse bibliotheek, een kleine ommuurde tuin. Een uitstekende plek om te schrijven, en toch grijpt Drehmanns iedere kans aan om weg te gaan. De rusteloze auteur is net terug van een trektocht te paard door Roemenië. ‘Je kunt de mogelijkheid om tot schrijven te komen vergroten door te reizen. Als je onderweg bent wordt de werkelijkheid vluchtiger, waardoor je de behoefte krijgt deze vast te leggen in taal. Bovendien scherpt reizen je positie als buitenstaander aan, en een schrijver is een buitenstaander per definitie.’

En je komt op ideeën. Soms doet de werkelijkheid zich voor als fictie. In Zuid-Amerika stuitte de auteur op een aap die tegen betaling laatjes van een kastje opende om er briefjes uit te halen – een variant op het gelukskoekje. Die aap verwerkte hij in een van zijn laatste verhalen. ‘In verre streken zie je dingen die zich onttrekken aan je begripsvermogen. Het is misschien een beetje clichématig om naar het magisch-realisme te verwijzen, maar sommige gebeurtenissen hebben simpelweg narratieve kracht.’

Ook in Erfsmet wordt weer flink gereisd. Het is het verhaal van de schrijver Peter Drehmanns, die het leven van een oudoom in kaart probeert te brengen. Deze oudoom was pater Pierre Joseph Maria Hubert Drehmanns (1882-1959), die carrière maakte in het Vaticaan totdat hij om duistere redenen naar Brazilië werd gezonden, waar hij het lekengezelschap ‘Bruiden van Jezus’ stichtte. Logisch dus dat de schrijver speurwerk in Rome verricht, en dat zijn zoektocht hem naar de binnenlanden van Brazilië voert. Die oudoom heeft, voor alle duidelijkheid, echt bestaan, en de schrijver in het boek heeft veel meer dan alleen zijn naam gemeen met de schrijver van vlees en bloed die, elegant gekleed, gezeten op een soort kerkbankje, zorgvuldig zijn woorden kiest. Waarom zo nadrukkelijk naar de werkelijkheid verwijzen, en tegelijkertijd Erfsmet als roman – dus als fictie – presenteren? Wat is de zin van deze verwarring? ‘Een van mijn uitgangspunten bij het schrijven is de onkenbaarheid van het individu. Dat heb ik in dit boek op verschillende manieren proberen duidelijk te maken. In eerste instantie lijkt Erfsmet een vie romancée van de pater, maar al snel wordt het duidelijk dat ik – nou ja, het personage Peter Drehmanns – die pater in zekere zin misbruik om bepaalde inzichten over mezelf te verkrijgen. Je zou dus kunnen zeggen dat het boek eigenlijk over Peter Drehmanns gaat – maar ik geloof absoluut niet in de autobiografie.’ Hij schiet in de lach. ‘Ik bedoel, ik vind het genre volstrekt oninteressant. Ik denk dat het per definitie onmogelijk is om naar waarheid iets over je eigen leven te vertellen; het gaat altijd om een interpretatie daarvan. Ik wil dat genre problematiseren. In mijn boek gaat het om de spanning tussen autobiografie en leugen, om de dubbele bodem van iedere vorm van openhartigheid.’
In het boek maakt de vader van de schrijver bezwaar tegen deze vermenging van fictie en realiteit. Hij is bang dat de familienaam Drehmanns beklad zal worden, en wijst erop dat zijn eigen privacy in het geding is. Dit ouderlijk protest, vervat in hilarische brieven, blijkt ook weer een geval van wat ergens in het boek ‘schandalig ware fictie’ wordt genoemd. ‘Over die kwestie van de naam zijn inderdaad discussies geweest, en ik verwacht dat het verschijnen van dit boek ook wel tot de nodige frictie zal leiden. Men zal het me niet in dank afnemen.’ Lastige reacties horen bij een boek als dit, meent Drehmanns. Hij is zich ervan bewust dat sommige lezers alles in het boek voor waar zullen aannemen, inclusief het beeld dat hij van zijn familie schetst, omdat de auteursnaam op het omslag nu eenmaal overeenkomt met de naam van de hoofdpersoon, maar hij hoopt tegelijkertijd dat het boek anderen tot nadenken stemt. ‘Wie het goed leest, zal begrijpen dat hij de schrijver niet op zijn woord kan geloven.’

Aan de pogingen van het personage Peter Drehmanns om het karakter en het leven van zijn oudoom te reconstrueren is iets voorafgegaan: hij is verlaten door de liefde van zijn leven, een Joegoslavische kunstenares, en deze gebeurtenis heeft hem beroofd van zijn identiteit. Hij probeert zichzelf opnieuw te definiëren aan de hand van zijn oudoom, door op zoek te gaan naar de karakterologische overeenkomsten en verschillen. Wanneer deze opzet vruchteloos blijkt, wil hij eigenlijk alleen nog maar opgaan in de schaduw van de pater, wil hij verdwijnen in het leven dat hij onderzoekt. Nu is verlaten worden natuurlijk altijd pijnlijk, maar heeft dat zoiets dramatisch als verlies van identiteit tot gevolg? Drehmanns: ‘Je denkt dat je vaste grond onder de voeten hebt, dat je iemand bent omdat de ander van je houdt, én je denkt dat jij die ander kent – en opeens blijken al die denkbeelden waardeloos te zijn. Het beeld dat je van jezelf hebt wordt vernietigd wanneer je aan de kant wordt gezet, wanneer je bij wijze van spreken wordt vervangen door de buurman. De geliefde persoon die je dacht te kennen is opeens een soort buitenaards wezen voor je geworden, en zij op haar beurt behandelt jou als een buitenaards wezen. Ja, ik denk dat je gedurende een liefdesverhouding in belangrijke mate je eigen identiteit ontleent aan de ander, en op het moment dat die je de rug toedraait moet je de definitie van jezelf ergens anders vandaan halen. Je hebt letterlijk het gevoel dat je niemand meer bent… je voelt je een volstrekte nul.’ Hij zwijgt lang. ‘Het is natuurlijk een autobiografisch gegeven, maar dat gegeven heb ik voor het karretje van de literatuur gespannen.’
Het zijn situaties als deze, waarin alles op losse schroeven komt te staan, die in Drehmanns’ werk terugkeren. ‘Ik probeer al mijn personages te desoriënteren, ze een donker bos in te sturen en ze daar te laten verdwalen, omdat er dan interessante situaties ontstaan. Iemand wordt dan teruggeworpen op zichzelf en begint zich allerlei dingen af te vragen. Dat is steeds mijn uitgangspunt.’ Daarmee zijn we weer terug bij fictie en werkelijkheid, want in die situatie gebracht gaan Drehmanns’ personages de werkelijkheid vaak als fictie ervaren, als iets volkomen onwerkelijks, waar ze geen grip op kunnen krijgen. Op dat moment wordt de grens tussen fictie en werkelijkheid – zowel voor het personage als voor de lezer – vloeiend.

De schrijver in het boek formuleert het zo: ‘Ja, misschien is het wel voorbeschikt dat ik om de zoveel jaar tot de ondervinding moet komen dat ik niet ben wie ik veronderstel te zijn, dat ik vreemd aan mezelf ben en dat alles wat ik tot dan toe heb gedaan en gedacht, gestoeld is geweest op een volkomen verkeerde premisse. Elk moment immers is op het moment zelf een misverstand, het resultaat van een verkeerde beoordeling […]’
Wie de werkelijkheid als ongrijpbaar ervaart, schrijft vanzelfsprekend geen autobiografie – dat genre heeft immers de pretentie zich aan de feiten te houden. Zo iemand schrijft romans, ofwel, in de woorden van de papieren Drehmanns: ‘schandalig ware fictie.’

over Altijd maar begraven

Recensie

‘De vinger op de zere plek. Drehmanns heeft er oog voor. [..] In zijn hang naar onaangename karakters doet de schrijver meer en meer denken aan de auteur die hij bewondert, Louis Ferdinand Céline (1864-1961). Dat maakt zijn werk niet heel toegankelijk, maar het is wel vakkundig uitgevoerd. Drehmanns wordt steeds beter.’
De Volkskrant

‘Drehmanns is een van de laatste “echte schrijvers” die de Nederlandse letteren kennen. En dat laat hij ook weer zien in deze atypische reisroman. Het is werkelijk jammer dat Drehmanns (nog) niet zo bekend is. [..] Drehmanns zelf is er wél in geslaagd een echte schrijver te worden, met deze grimmige, ondanks alles heel geestige, maar uiteindelijk buitengewoon ernstige roman, waarin de wereld, voor zover die dat al niet zelf doet, volledig wordt kapotgemaakt.’
Arie Storm in Het Parool

‘Peter Drehmanns heeft een naargeestig wereldbeeld, maar weet daar op weergaloze manier munt uit te slaan. In Altijd maar begraven drijft hij de ontluistering van zijn korzelige hoofdpersonage Hans Woedman op de spits. Hoog tijd dat deze virulente schrijver uit het literaire wachtportaal wordt gehaald.’
Dirk Leyman in De Morgen
klik hier voor de hele recensie

over Blackpool

Recensie

‘Een ideaal cadeau voor onder de kerstboom, over twee ontwrichte personages die met hun identiteit geen raad weten. [..] Hoe de beide mannen uiteindelijk met elkaar verstrikt raken wordt niet alleen in inhoud, maar ook in vorm treffend weergegeven. [..] Het uitbundige taalgebruik past naadloos bij de explosieve inhoud.’
De Volkskrant

‘Dat een schrijver verder komt door zijn verbeelding aan het werk te zetten, bewijst Drehmanns met zijn bij-de-keel-grijpende roman. [..] In afwisselende hoofdstukken kruipt Drehmanns in het hoofd van de jager, Lo Floscio, en zijn prooi, Thornton alias Smith. Een beproefd procédé, dat met schrijvers brede stijlregister en vaardige pen heel gelukkig uitpakt. Niet alleen creëert hij twee mensen van vlees en bloed die zowel walging als compassie oproepen, ook geeft hij zijn verhaal met behulp van die alternerende monologen een enorme vaart. [..] Tegen de achtergrond van machteloos aangespoelde potvissen op het strand die op het punt van ontploffen staan, een prachtig apocalyptisch visioen, laat Drehmanns het drama zich voltrekken. [..] een van de sterkere romans van 2005.’
Marja Pruis in De Groene Amsterdammer

‘Wat volgt is koortsachtig proza, dat het verhaal naar een onvermijdelijke finale voortstuwt. Als beiden elkaar dan ontmoeten, wordt duidelijk waarom Lo Floscio meer op de psychopathische tienermoordenaar lijkt dan hij al die tijd heeft toe durven geven. Van iedere pagina spat de gekte, maar zo dat de lezer bereid is in de waanzin mee te gaan.’
René Huigen in Playboy

‘Het is een intrigerend verhaal, waarin Drehmanns op fraaie wijze de twee in het donkere, natte Blackpool nader tot elkaar brengt. [..] Drehmanns, die niet van risicoloze literatuur houdt, speelt met de vorm. Zo schreef hij een hoofdstuk in twee kolommen dat aan de splitscreen-scénes uit films doet denken, gaat hij een gewaagde perspectiefwisseling niet uit de weg, en wisselt hij de laatste hoofdstukken per alinea en zelfs per zin van ‘stem’. Nergens wordt het een truc, en dat is knap. [..] Peter Drehmanns schreef een mooie, “gezellige” kerstthriller.’
Het Parool

over Blindganger

Recensie

‘In een barokke taal, zwanger van originele beelden en daarbij constant van idioom en dialect veranderend, zet Drehmanns kleine miniatuurtjes neer die sprankelen van literaire pret.’
Knack

‘De roman van Drehmanns wijkt aangenaam af van de modderige berg autobioproza en magere verhaaltjes die de debutantenstapel van de afgelopen tijd vormen.’
Rob van Erkelens in De Groene Amsterdammer

De blindganger is een opmerkelijk debuut, een musivische mentale expeditie naar overal, alles, niks en nergens.’
De Morgen

over De Begeleider

Recensie

‘Een roman over stervensbegeleiding kan gemakkelijk naargeestig uitpakken [..]. Maar Peter Drehmanns is ‘woordenaar, [..] stijlfiguurzager, taaltovenaar, woordpooier’ en nog zo het een en ander. [..]. Van al die hoedanigheden geeft hij blijk in zijn roman De begeleider. Die is, ondanks het onderwerp, eerder geestig, en dat heeft alles te maken met de soepele schrijfstijl van de auteur.’
Frank van Dijl in HP/De Tijd

‘Drehmanns leeft zich uit in zijn karakterschetsen van excentrieke psychiatrische patiënten en andere uitzichtloze gevallen. [..]. Ook stilistisch heeft Drehmanns zich uitgeleefd. Het gegeven van een chauffeur die tegelijk op het verkeer let, zijn gedachten via reclameteksten op vrachtwagens en snelwegborden laat afdwalen en daarnaast ook nog eens een conversatie met zijn levensmoede passagiers voert, buit hij tot het maximale uit.’
Ewoud Kieft in NRC Handelsblad

‘Zoals het een goed boek betaamt, is het de stijl die het hem doet. In een prettige afwisseling van ironie en sarcasme en daarmee zwalkend tussen tragedie en zwarte humor beschrijft Drehmanns Zonderlands manier van denken en doen.
[..] scènes die er op het moment suprême niet om liegen. Niet in de laatste plaats omdat Zonderland zich Oost-Indisch doof toont voor signalen die erop duiden dat de klanten nog te helpen zijn. Drehmanns doet dat wonderbaarlijk mooi.’
Theo Hakkert in Het Parool

‘Peter Drehmanns behoort stilaan tot de meest onderschatte auteurs van de Nederlandse letteren. Misschien ligt dat aan de compromisloze zwartgalligheid van zijn thema’s, die hij vaak in dwarsige, maar stilistisch hoogstaande roadnovels giet [..]. De bijgeleverde humor is van even bijtende makelij.
Drehmanns’ roman doet aanvankelijk wat denken aan het vrolijk-bittere relaas van de Fin Arto Paasilinna in De zelfmoordclub én Vereniging vrijwillige dood van de Zwitserse auteur Max Frisch, maar hij staat moeiteloos op eigen benen. Te meer omdat Drehmanns weer een eigengereid en spitsvondig taalgebruik tentoonspreidt en voor een bizarre ontknoping zorgt.’
Dirk Leyman in De Morgen

over De brand in alles

Recensie

‘Cynisch als vanouds is De brand in alles, de nieuwe roman van Peter Drehmanns. Maar daarbij voegt hij dit keer een dosis aan slapstick grenzende humor. En zit er dit keer ook een heel klein vleugje mededogen achter dat strakke pantser van cynisme? Het doet het boek in elk geval geen kwaad. [..]
Drehmanns is in dit boek in een ongekend jolige bui: onbekommerd neemt hij alles wat Vlaams is op de hak, de taal met woorden als boesteringenkermis en hoebelfeesten, de woningbouw met villa’s vol tuinkabouters en krotten vol teddyberen. Een volslagen krankzinnige, maar plezierige leeservaring.’
*** Noordhollands Dagblad / Haarlems Dagblad

‘Peter Drehmanns heeft met De brand in alles een uitdagend boek geschreven. Het boek heeft een sterke plot [..]. De grote kracht van het boek schuilt in de wonderlijke wereld die de auteur geschapen heeft. In Helst is heel wat gaande. [..] Het verhaal valt dan ook geen moment stil en je wordt als lezer meedogenloos meegezogen in de bizarre gebeurtenissen die Kiezel overkomen.
Drehmanns heeft met De brand in alles alweer een sterke roman klaar. Je kan als lezer echt aan de slag met dit boek en krijgt weinig of geen pasklare antwoorden aangereikt. Deze gedurfde keuze van de schrijver bewijst weer zijn waarde voor de Nederlandse letteren.’
**** Cutting Edge

‘ [..] ook de rest van de roman zit vol met knipoogjes, verwijzingen en, vooral cinematografische, citaten. Wat dat laatste betreft lijkt het Drehmanns’ streven te zijn om Kiezel langzamerhand in de waan van de fictionaliteit te laten doldraaien.
Drehmanns deelt Kiezels tic om indrukken onmiddellijk in te zetten voor “de kunst”. Dat betekent in het geval van de schrijver vooral: verfraaien.’
NRC Handelsblad (drie bollen)

over De man die brak

Recensie

‘ [..] het is een uitstekende roman: messcherp, agressief, op een vermakelijke manier verbitterd én de schrijver weet de privéproblematiek van de hoofdpersoon aannemelijk te verbinden met de cultuur waarin hij leeft.
Drehmanns heeft genoeg aan een claustrofobisch taxi-interieur om de wereld van nu op te roepen. De chauffeur laat in kribbige innerlijke monologen zijn licht schijnen over een op de klippen gelopen relatie, terwijl zijn klanten het hem mogelijk maken om over de teloorgang van de cultuur te kankeren. [..]. Een boek dus voor liefhebbers van de woedende loot aan de literaire boom (Hermans, Céline).’
Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad (vier ballen)

‘Bijzonder handig maakt Drehmanns gebruik van het feit dat er nu eenmaal verschillende passagiers instappen op een dag, elk met hun eigen stem. Het zorgt voor een natuurlijk geheel, ook al is de gedachtegang van de chauffeur associatief, om het maar mild te zeggen. Feitelijk weet de schrijver zeer overtuigend een beginnende gekte weer te geven. Een brein dat nog maar net van de hak op tak springt alvorens het helemaal doordraait, explodeert en daarna, met sterke medicatie, wordt uitgedoofd. Via zijn soms verwarde protagonist weet Drehmanns de meest uiteenlopende zaken aan te kaarten.
Drehmanns is een schrijver die lezers wakker houdt door ze zo nu en dan eens flink door elkaar te schudden. Een aantal passagiers zijn via omwegen met elkaar verbonden en geven elk hun eigen kijk op een gebeurtenis. Niets is wat het lijkt. Goed zo, breng de lezer maar uit balans.
Drehmanns’ personage kan heel mooi literair ‘raaskallen.’ De man die brak is een kostelijke, wrede en tegelijk ontroerende kakofonie. Hoe duister de wereld (van Drehmanns) ook is, er is altijd hoop in de taal.’
Guus Bauer op literair weblog Tzum

‘In De man die brak doorkruist de anonieme chauffeur van taxi 3399 kriskras de straten van een eveneens anonieme stad. Dat hem wat ergs is overkomen, werpt Peter Drehmans je al bij de eerste zinnen voor de voeten. De beklemming zal vanaf dan een hele roman lang niet meer wijken. Dat is de verdienste van Drehmans die een op hol geslagen personage opvoert in een onheilspellend decor.
De man die brak is pure wanhoop op zijn best. Wanhopig wil de chauffeur de stukken lijmen. Finaal breekt hij.’
**** Cutting Edge

over De schrijver en zijn meisjes

Recensie

‘Peter Drehmanns [..] is een schrijver die van wanten weet. In een zelfbewuste, ironische en sarcastische stijl schrijft hij verhalen vol literair vuurwerk [..]. Zo hij zichzelf al bloot wenst te geven, dan vooral in zijn ambitie om slimme, nabokoviaanse teksten te schrijven. En dat kan hij. Ook De schrijver en zijn meisjes is zo’n slim, doordacht boek, waarin de auteur speelt met fictie en werkelijkheid.
De schrijver en zijn meisjes brengt op vlotte, virtuoze wijze het probleem van de hedendaagse schrijver in beeld: hoe trek ik nog de aandacht, hoe krijg ik lezers in mijn macht. Drehmanns is er streetwise en satyrisch genoeg voor, hij kent de hedendaagse modes op zijn duimpje [..]. En, niet onbelangrijk, hij weet van een schrijfimpasse nog iets moois te maken. Zijn stijl ronkt en schittert, hij is soms onweerstaanbaar geestig [..].’
Rob Schouten in Trouw

‘In fikse volzinnen fulmineert de auteur (Drehmanns alias Gerstenberg) tegen het ‘multimediale, ultrasnelle tijdsgewricht’ waarin het autobiografische niet meer volstaat. Aldus besluit hij ‘de werkelijkheid een plot af te troggelen’.
Drehmanns speelt een olijk spel met de ‘mythe van de authenticiteit’. Hij schuwt de zelfspot niet en ook collega’s krijgen een veeg uit de pan, in bloemrijk proza met een flink slapstickgehalte.’
Edith Koenders in De Volkskrant

‘Drehmanns [..] is zeer goed op dreef bij het op de spits voeren van de tegenstellingen tussen de dames en de schrijver. De misverstanden van wat literatuur is of zou moeten zijn, zijn legio.
Drehmanns laat het met veel plezier uit de hand lopen en daarbij spaart hij leesclubdames noch schrijver. En ondanks al het lugubers waarmee de roman eindigt, weet hij op het eind zelfs ontroering te wekken met anecdotische jeugdgeschiedenissen.’
Arie Storm in Het Parool

‘Een pastiche op een autobiografisch werk. Zo laat het jongste boek van Peter Drehmanns zich waarschijnlijk het beste omschrijven. De schrijver speelt een wonderlijk spel dat balanceert tussen feiten en fictie, woede en sarcasme, platte humor en stilistische brille. Maar hoe je het ook interpreteert, het is bijzonder aangename leesstof van een schrijver die zijn vak tot in de puntjes beheerst.
Eigenlijk is dit een heel naargeestig boek, maar dankzij Drehmanns’ taalvirtuositeit is het een verrukking om te lezen.’
Sonja de Jong in Noord-Hollands Dagblad

over Erfsmet

Recensie

‘De weerspannigheid van de verteller geeft Erfsmet zijn speciale lading. [..] een sterk staaltje. Door zijn maskers af te zetten komt Drehmanns voor de dag als een schrijver met een gezicht.’
Arjan Peters in De Volkskrant

Erfsmet is een roman die geschreven is in een fascinerende stijl, of liever gezegd in verschillende fascinerende stijlen, want uiteenlopende registers worden aangesproken. Het boek slingert heen en weer van uitgesproken pathetisch naar onderkoeld humoristisch, van concreet beschrijvend naar impressionistisch penselend, van historiserend opsommend naar autobiografisch exhibitionistisch – en terug. [..] Kortom, Drehmanns koketteert, schmiert, overdrijft, schreeuwt en fluistert. Hij is afwisselend aandoenlijk oprecht en gemeen leugenachtig. Maar bovenal is hij onderhoudend, de volle 254 bladzijden lang.’
Arie Storm in Het Parool

‘Wat een schrijver. In zijn derde roman Erfsmet, de beste tot nu toe, bezoekt hij zijn erfplekken in bisschopsstad Roermond, het eerste punt van de Bermudadriehoek Roermond-Rome-Brazilië, die de verteller, in naam gelijk aan de schrijver, gebruikt om in te verdwijnen. [..] Een echte Drehmanns. Sterk en stoer, boos soms, betrokken altijd, geestig, in een stijl die bezetenheid verraadt, niet alleen van wat er gezegd moet worden, maar ook van de manier waarop. [..] voor de lezer een spannende kijkdoos waarbinnen de caleidoscopische schakeringen boeien vanaf het begin in het sleetse, wat verkrampte Roermond tot en met het optimistische, enigszins macho slot in Brazilië.’
De Limburger

‘We krijgen een raak beeld [van de rooms-katholieke kerk] van binnenuit, ingekleurd via minutieuze beschrijvingen en gevoelige inleving. [..] Drehmanns heeft een held willen maken zoals we die kennen uit Ik heb altijd gelijk en Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Rancune, doodsdrift, geestelijke leegte en wanhoop. En het moet gezegd: alleen deze vergelijking al pleit in Drehmanns’ voordeel. [..] Het bijna tastbare verlangen om zijn zinnen te laten meanderen, golven en borrelen, kortom om een schrijver te willen zijn, is zeer te waarderen. Na zijn vuistdikke roman Gemaskerd land uit 2002 laat Drehmanns nu zien dat hij de fase van de avontuurlijke en niet al te diepzinnige schelmenroman ver achter zich heeft gelaten.’
De Groene Amsterdammer

‘Wat afschuwelijk voor ons land dat we dit soort losgeslagen en ontwortelde literatoren hebben.’
Dominee C. van de Vate in een ingezonden brief aan De Culemborgse Courant nadat hij de auteur uit Erfsmet had horen voorlezen in de Grote Kerk te Culemborg

over Gemaskerd land

Recensie

Gemaskerd land is een boek vol listen en lagen, dat ook zijn lezers op de proef wil stellen. [..] Drehmanns’ kracht ligt in het onvoorspelbare verhaal dat hij vertelt. Op een losse, geanimeerde manier brengt hij ons waar hij ons hebben wil: naar onherbergzame oorden, van de ene rampzalige ontmoeting naar de andere, van de wal in de sloot en van het kastje naar de muur, terwijl we toch, tegen beter weten in, blijven hopen op een goede afloop.’
NRC Handelsblad

‘Vervolgens tuimelt de lezer honderden bladzijden lang van het ene duizelingwekkende avontuur in het andere. Wie nog altijd meent dat Nederlandse boeken naar spruitjes ruiken [..], Gemaskerd land bewijst het tegendeel.’
De Limburger

‘Drehmanns schuwt geen middel om de lezer te onderhouden en lijkt met Gemaskerd land de ultieme schelmenroman te hebben willen schrijven. Aan de andere kant vat hij grootse thema’s bij de horens en is hij ontegenzeggelijk een schrijver met boodschap en ambitie.’
Vrij Nederland

over Het Wezen

Recensie

‘[..] een onderdompeling in een wereld die doet denken aan een combinatie van Louis Couperus’ Stille kracht en Joseph Conrads Heart of Darkness, maar dan overgoten met de vileine saus van Evelyn Waughs A Handful of Dust, en dat geschreven in een uitzonderlijk rijke, misschien wel ietwat pervers plastisch aanvoelende taal.
Het Wezen is een grandioos originele roman en een belevenis die je als een vloedgolf over je heen moet laten komen.’
**** Marnix Verplancke in Knack Focus

‘[..] een geweldig boek. [..] Het is weer helemaal een Drehmanns. Hij heeft een literair kankerende stijl waarin de hele moderne wereld op de schop gaat op een zeer incorrecte, prettig leesbare manier.
Wat Drehmanns doet is schrijven tot de laatste snik en dat is bewonderenswaard.’
Jeroen Vullings in Nieuwsweekend, NPO Radio 1

‘Wat een geweldige verrassing is dit boek: een literaire stem die niet op zijn mondje is gevallen en elke pagina van groots vuurwerk voorziet, zowel qua inhoud als stijl.
Het Wezen is een boek waar Nederland trots op moet zijn: geweldig geschreven met heerlijk bijtende humor en actuele onderwerpen. Het boek mag zich meten met Grand Hotel Europa van Pfeiffer en met De rat van Amsterdam van Pieter Waterdrinker: grootse on-Nederlandse romans met een onderhoudende, satirische kijk op ons hedendaagse leven.’
Smitaki’s Boekenlust

 ‘Laat ik maar meteen met de conclusie beginnen: Het Wezen, de dertiende en meest ambitieuze roman van Peter Drehmanns, is magistraal. Een verbluffend sterk verhaal, on-Nederlands in stijl en thematiek, veellagig en rijk in meerdere betekenissen.
In Het Wezen trekt Drehmanns alle registers open en overtreft hij zichzelf. [..] hoewel Drehmanns zichzelf geen geëngageerd auteur wil noemen, is maatschappij- en cultuurkritiek in Het Wezen uitdrukkelijk aanwezig. Hij moraliseert niet maar observeert scherp: de spiegel die hij ons voorhoudt over de gedigitaliseerde wereld en de verstoorde relatie tussen mens en natuur is bepaald confronterend. [..] geen navelstaarderij bij Drehmanns, geen autobiografisch gepulk, maar een tomeloze verbeeldingskracht. Geen “anorectische zinnetjes” maar gespierd, flamboyant proza. Hyperbolen en metaforen als stijlmiddel. En precies door die hyperbolen wordt een verhaal dat in se tragisch is tegelijk hilarisch.
Het Wezen is een ideeënroman van internationaal niveau. Peter Drehmanns hoort thuis in het rijtje van schrijvers als Louis-Ferdinand Céline, Sandro Veronesi, Francesco Pecoraro en László Krasznahorkai.’
****(*) Guido van Wambeke op Goodreads en Facebook

‘Deze woest barokke roman sleept iedereen mee. Vooral lezers die Rousseau en diens hunkering naar de natuur onweerstaanbaar voelen jeuken.’
Leeskost.nl

‘De dertiende roman van Peter Drehmanns mag gerust gezien worden als magnum opus. Zou deze meesterlijke roman ooit nog overtroffen kunnen worden? In de vorige eeuw hadden we “de grote drie” (Hermans, Mulisch en Reve). Ook nu worden er soms goede werken gepubliceerd, veelal steunend op de Hollandse traditie. Maar internationaal gezien…? Op hoog niveau kunnen we Pfeiffer en Waterdrinker noemen. Daar komt nu een derde naam bij: Peter Drehmanns. We hebben een nieuwe “grote drie”!
Prijsjury’s: ga snel met dit boek aan de slag. Uitgever: laat het vertalen zodat ook het buitenland kan genieten. Producenten: bestudeer de mogelijkheden voor een film.’
Kees de Kievid op Boekenbijlage.nl

over Schaduwboksen

Recensie

‘In Schaduwboksen bracht Peter Drehmanns twaalf verhalen bijeen en ze zitten goed in elkaar. Moeiteloos zet hij een situatie uiteen en laat vervolgens een personage zich er flink op stuklopen. [..] Met veel plezier en in volle vaart laat hij zijn antihelden ongezellig de afgrond in duiken, of in ieder geval onontkoombaar naar de ratsmodee gaan. Drehmanns houdt van het genre, hij beheerst het goed, heeft weinig woorden nodig om soms ook hilarische situaties in elkaar te zetten en werkt er verlekkerd aan hoe hij zijn helden nog een extra trap na kan geven.’
Kees ‘t Hart in De Leeuwarder Courant

over Soms sloot ik mijn ogen

Recensie

‘De auteur maakt indruk door zijn schrijfstijl: in barokke zinnen als het de observaties van routinier Otto Vrijbloed betreft, kinderlijk naïef wanneer Nisha spreekt. De afwisseling leidt tot een spannend relaas waarvan het werkelijkheidsgehalte voortdurend schimmig blijft. De lezer blijft in verwarring achter. Onder de indruk van Drehmanns’ talent, maar met een ongemakkelijk gevoel over de wereld die hij portretteert.’
De Telegraaf

‘Drehmanns maakt er een fabelachtig spel van feit en fictie van, dat de lezer meeneemt in een queeste naar de identiteitsvraag van niet alleen een adoptiekind. [..] Soms sloot ik mijn ogen is een hoogtepunt in het oeuvre van een schrijver die zich manifesteert als een man die ons parallelle werelden voorhoudt die veel lijken op de echte wereld, zo die er al is.’
Koen Eykhout in De Limburger

‘In dit boek zit het suspense-element het verhaal niet in de weg; Drehmanns daagt de lezer uit om met Otto mee te denken, en daarbij komt het accent steeds meer te liggen op de vraag wat de zelfbewuste en frivole kapster in godsnaam zoekt bij de sullige Otto.’
Het Parool

‘Peter Drehmanns is een notoire einzelgänger in de Nederlandse letteren en mag graag zijn lezers tegen de haren in strijken.’
De Morgen

‘Drehmanns durft, dat moet je hem nageven. [..] laat zien dat Drehmanns van schrijven geniet en er wat van kan.’
Kees ‘t Hart in De Groene Amsterdammer

‘Conclusie: wat mij betreft is Peter Drehmanns’ Soms sloot ik mijn ogen een moeilijk boek.’
Atte Jongstra in Leeuwarder Courant

over Vaderval

Recensie

‘[..] zojuist in Sevastopol op de Krim jouw zinderende Vaderval uitgelezen. Wederom heb ik genoten van de evocatieve kracht, de vaart en de literaire trouvailles; je grossiert in fraaie formuleringen, prachtige beeldspraak… En wat schrijf je meeslepend en erudiet over Italië en Egypte… De zoektocht, eindigend in literaire spiegel, is geweldig en overtuigend gedaan… Ik besefte vooral weer hoe zinnelijk je schrijft, geuren, bewegingen, huidsensaties… [..] on-Hollands goed, plegen we dan te zeggen…’
Schrijver Pieter Waterdrinker

‘Peter Drehmanns past niet in het rijtje van ‘makkelijke’ auteurs, is geen pleaser, valt niet direct in een te mediatiseren hokje onder te brengen. [..] En toch wil ik hier een lans breken voor Drehmanns. Want wat voor hem geldt, geldt toch ook voor W.F. Hermans? En voor Louis-Ferdinand Céline? En voor David Vann? En voor Philip Roth? En (om er ook een paar – door hemzelf bewonderde – Italianen aan toe te voegen) voor Italo Svevo, Sandro Veronesi, Alessandro Barrico? Grote namen inderdaad, auteurs met een visie en met een missie, auteurs die iets te vertellen hebben en de moed hebben om dat rücksichtslos ook te doén, en dat bovendien op een stilistisch briljante manier doen. Het is in dàt rijtje dat Peter Drehmanns thuishoort.
Wat volgt is een wervelwind aan gebeurtenissen (en een paar mysterieuze boodschappen) die de protagonist achtereenvolgens naar Pisa, naar Napels en uiteindelijk naar Luxor brengen. En het is daar, in een dodentempel in de Valley of the Queens, dat het verhaal zijn – verbluffende – ontknoping vindt. [..] Vaderval is een loepzuivere Drehmanns, met alle ingrediënten erin die we van hem gewend zijn: een donkere thematiek (in dit geval een niet alledaagse vader-zoonrelatie), vakkundig vermengd met humor en ironie, en af en toe overgoten met een scheut sarcasme.’
Guido van Wambeke op Goodreads

‘Zijn laatste roman, Vaderval, zit ook vol met slim en, soms denk je weleens, eigen bedacht taalgebruik waardoor je als lezer constant op je qui vive bent. [..] Kortom, een bijzonder goed geschreven verhaal over een klassiek thema, dat voor de liefhebber meer dan voldoende literaire snufjes bevat.’
www.hebban.nl

‘Dit boek als een val die opgezet wordt voor de zoon, voor de vader. En in bepaalde zin ook door de vader, zonder daar verder uitsluitsel over te geven. Wie uiteindelijk voor wie een knieval maakt, laten we alhier in het midden. Loutering, (de behoefte aan) begrip, nuancering. De zoon die ongewild toch meer op zijn vader lijkt. Die ook voornamelijk aan projectie doet. Harry en Ben die beiden aan een ‘levensverhaal’ werken. Het literaire spel in Vaderval is meer dan bijzaak, het is de hete brij waaromheen wordt gedraaid. Wat weten we daadwerkelijk van elkaar, wat is Echt Gebeurd en wat hebben we ons in het hoofd gehaald? De cynische paradox van het leven. Het geheel is zeer overtuigend gebracht. Vaderval is Drehmanns’ magnum opus. En het leest ook nog eens lekker weg.’
Guus Bauer voor Tzum

‘De Nederlandse schrijver Peter Drehmanns ontving onlangs de Halewijnprijs. In zijn ietwat veronachtzaamde romans demonstreert hij telkens geen al te vrolijk wereldbeeld, maar wél een opmerkelijk stilistisch vermogen. In Vaderval is dat niet anders. ‘
De Morgen

over Van de wereld

Recensie

‘[..] zijn boeken verkopen niet genoeg. Onbegrijpelijk, want wie de moeite neemt – zich dat plezier toestaat – om Drehmanns nieuwe roman Van de wereld te lezen, valt van de ene in de andere verbazing: die uitbundige célineske, raillerende stijl, de humor, de vertelvaart, de rijkdom aan beelden. Nee, geen vloek, die Drehmanns, een zegen voor de literatuurminnaar.’  ‘Onbegrijpelijk dat deze schrijver geen erkenning gevonden heeft. [..] De stijl is fenomenaal, [..].  En dat in een tijd van literair zulke dunne bestellingen, van zulk armzalig taalgebruik.’
Jeroen Vullings in boekenrubriek Nieuwsweekend NPO Radio 1

‘Een perfect gedoseerde mix van ernst en luchtigheid. [..] De lezer wacht, machteloos, tot het onvermijdelijke zich voltrekt. Drehmanns heeft dit goed uitgewerkt tot een soepel lezend boek.’
**** www.hebban.nl

‘Het uitbundige taalgebruik, de fraaie plot en het realistische verhaal maken dit alles tot een aanstekelijk boek.’ ‘Een groots moment is een tenniswedstrijd tussen Daan en zijn vriend Frank. Als een thriller wordt deze match rally na rally en smash na smash beschreven. Buitengewoon knap hoe het de auteur lukt om deze noodlottige match gedurende twaalf pagina’s tot leven te brengen zonder een moment van herhaling of verveling en zonder dat de lezer deskundig hoeft te zijn.’
Leeskost.nl

‘Dat vind ik bij Nederlandse schrijvers wel eens tegenvallen. Dan is het heel mooi geschreven, maar de verhaalstructuur is vaak een bende. Dat kom je bij Peter Drehmanns niet tegen. Hij beheerst de kneepjes van het schrijversvak tot in zijn vingertoppen.
Van alles wat we besproken hebben vind ik dit er met kop en schouders bovenuit steken. [..] ontzettend goede schrijver [..] literatuur waar je enthousiast van wordt [..]. Koop dat boek, lees het en kruip erin weg.’
Radio L1 Cultuurcafé